CVO-CBB

Uit een enquête onder de deelnemers aan het PEN blijkt dat 25 procent van de schippers van de schepen in deze havens geen CVO-CBB gaat aanvragen of daaraan twijfelt. Een veelgehoorde reden is dat men weinig vaart en de vereiste aanpassingen te duur zijn. In veel van de havens is de consequentie dat deze schepen hun ligplaats verliezen, omdat het varend zijn van een schip een eis is in de ligplaatsvergunning. Omdat de overgangsregeling voor de beperktere eisen van het CVO-CBB eind 2018 eindigt is het waarschijnlijk dat deze schepen na 2018 niet meer opnieuw in de vaart kunnen worden genomen.

Op dit moment is nog onduidelijk of het risico bestaat dat schepen zonder een CVO-CBB onder de nieuwe woningwet (zie elders op deze website) als bouwwerk kunnen worden aangemerkt. Om te voorkomen dat er in erfgoed- of museumhavens bouwwerken komen te liggen in plaats van varende schepen is het voor havens aan te raden de eis te stellen aan de schepen in de haven dat deze varend moeten zijn en de liggers op het belang van het CVO-CBB te wijzen.

Meer informatie over de CVO-plicht is te lezen op de website van LVBHB/cvo.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *