In de wet is door een langdurige lobby van de FVEN en de LVBHB een uitzondering gemaakt voor varende woonschepen (of varende schepen met een andere verblijfsfunctie), waardoor het grootste deel van het varend erfgoed buiten de regeling gaat vallen. In de huidige wetgeving en jurisprudentie is al geregeld dat pleziervaart, chartervaart en beroepsvaart onder de nieuwe regeling niet als bouwwerk wordt aangemerkt. De vraag is lange tijd geweest hoe een varend schip dat als belangrijkste functie wonen heeft moet worden gedefinieerd.

In de wet staat nu:

Een schip dat wordt gebruikt voor verblijf en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart is geen bouwwerk.

In de toelichting bij de wet wordt dat uitgebreid verduidelijkt, onder andere door te stellen dat:

Het betreft de categorie (historische) varende schepen waarop wordt verbleven (wonen, restaurant, museum en dergelijke). Deze schepen liggen veelal langere tijd stil, maar er wordt af en toe mee gevaren. Toepassing van de bouwregelgeving op deze varende schepen is voor een deel niet mogelijk. Ook hebben veel van deze schepen een historisch karakter hetgeen verloren zou gaan indien deze schepen moeten voldoen aan de bouwregelgeving. Het vastleggen van deze uitzondering is dan ook vooral van belang voor het behoud van de groep historische schepen die zo nu en dan varen en die tevens gebruikt worden om op te wonen of om als museum te fungeren.

Het gaat dus om schepen die zijn bestemd om mee te varen en ook werkelijk varen, ook al is dat slechts af en toe. Voor schepen die CVO-plichtig zijn is het daarom van belang dat het schip een CVO heeft, anders is het mogelijk dat het schip gezien wordt als niet bestemd om mee te varen, omdat je er volgens de vaarregels niet mee màg varen. Ben je niet CVO-plichtig dan zal je schip ingericht moeten zijn en in staat moeten zijn om te varen. Bij de bepaling of een schip voor de vaart is bestemd kan echter naar meer aspecten worden gekeken dan alleen of het schip gebruikt mag worden om mee te varen op grond van de Binnenvaartwet. Zo kan de vorm van het casco en het materiaalgebruik, de bedoeling waarmee het schip oorspronkelijk is gemaakt, of de aanwezigheid van een stuurinrichting worden meegewogen. Omdat niet aan alle aspecten hoeft te worden voldaan kan daarom bijvoorbeeld ook een sleepschip bestemd zijn voor de vaart, ondanks dat het niet zelfstandig kan varen.